NB24

NB24

dinsdag 27 oktober 2020

Winterklaar

Hij is weer klaar voor de winter. Ik kan me nu al op het voorjaar verheugen als de dektent er weer af gaat en de boot er brandschoon onder vandaan komt.

De vallen dit keer de mast ingetrokken met een lijntje van de Action eraan vast. 

Onderhoudswerkzaamheden aan de huiken en verstelwerk aan de buiskap zijn klaar.

Winterklussen:

- zwaarkast weer aanpakken

- grootzeil maken






Kapje voor de lier, vorig jaar was op deze plek een scheurtje ontstaan.




vrijdag 9 oktober 2020

Laatste keer voor de winterslaap

Vorige week motoronderhoud, vandaag watertank gereinigd en voorbereid voor de winter. Voorpiek schoongemaakt. 

Ieder jaar denk ik weer hoe ik de wc nou het beste winterklaar kan maken. Antivries in de wc en dan wegpompen beschermt het inlaat gedeelte niet. 

Je zou de slang van de inlaat, waarmee water van buiten de wc in wordt gepompt, kunnen losnemen van de afsluiter en dan in een tankje antivries kunnen stoppen en dat door de wc pompen. Is wel een gedoe. Waarom niet de de inlaat slang doorknippen, een T-stuk tussen zetten en aan de aftakking een stukje slang zetten met een afsluiter. 

Via die aftakking kan je dan elk jaar antivries oppompen. 

Daarna nog even gezeild. Vriendelijk windje, rustig IJsselmeer.





zondag 27 september 2020

Een dagje met de Koningin


Laat in het seizoen nog een dagje met Jikke op de Koningin van de Nacht.

We hebben dit jaar niet een week samen gezeild, niet naar Engeland, niet naar het Wad. Ik heb het gemist.  Maar vandaag maakt een beetje goed. Het is prachtig weer. We beginnen met 1 rif. Na een uurtje kan het er uit. We varen tot bijna Lelystad en gaat dan terug. De wind zakt verder in. Het zeilen wordt steeds minder spectaculair, maar we kunnen lekker bijkletsen. Daarom hijsen we de spinnaker maar niet. 


Ik kijk nog eens met een kritisch oog naar de zeilgardarobe. Niet gek.



vrijdag 25 september 2020

Grootzeil 1




Tijd voor een nieuw feuilleton.



Het huidige grootzeil is zo oud als de boot. Er zit geen coating meer op. De bolling is te diep en zit bovendien te veel naar voren. Tijd voor een nieuw winterprojekt. 

Het nieuwe grootzeil wordt weer dacron, maar van een degelijke kwaliteit. Het wordt een tridradiaal ontwerp, net als de fok. De bovenste zeillat wordt verjongd en doorgelat, misschien de op een na bovenste ook, dat wordt een overlegpuntje met de zeilmaker. Ik vind de vorm van het zeil niet mooi bij het einde van die zeillat. Alsof er een punt in het zeil zit. 

Er komen 2 reven in, een losse broek. Ik probeer het achterlijk iets uit te bouwen.



Opmeten: Hoe kies je de stand van de giek. Hangt de giek te laag dan komt ie tegen de buiskap aan.  Te hoog dan wordt het zeil te klein. Ik kies voor 10 cm boven de buiskap.                                                                                                                                                

Lastig bij het opmeten vind ik de stand van de mast. Die staat iets achterover (rake). Maar hoeveel? Ik probeer dat te meten door een zwaar gewicht aan de grootzeilval te hangen zodat het loodrecht naar beneden hangt. En dan de afstand tot de mast meten. Maar dan moet het wel windstil zijn en dat is het nooit. Tenminste niet als ik op de Titaantje ben. Een waterpas tegen de mast houden werkt niet. Een foto maken van de mast met huizen op de kade op de achtergrond. De kozijnen en balkons lopen horizontaal, hoop ik. Met een lineaal kan ik dan op de foto een loodrechte lijn trekken en dan meten hoeveel afwijking de mast heeft. 

Mast prebend: de rode blak staat parallel
aan de onderkant van de mast



Mast rake+prebend: de rode balk
staat haaks op de horizontaal


De prebend (kromming) van de mast is ook lastig, maar toch wel iets beter te schatten.



















Het is een wat gekunstelde manier van berekenen, maar ik kom uit op rake + prebend van 18 cm en prebend van 12,5 cm. Dus de rake (achteroverhellen) is dan 5,5 cm. 
  1. P dimensie: 7.90 meter. Gemeten van bovenkant giek tot aan de karabijnhaak van de grootzeilval (maximaal doorgezet dus boven in de mast). Als je 10 cm speling wil om het voorlijk goed te kunnen spannen en verder rekening houdend met enige rek van het voorlijk is het hooguit 7.80 meter.
  2. Max leech: 8.39 meter.
  3. Mast - achterstag langs de giek: 3.69 m.
  4. E dimensie: achterkant mast - uiteinde giek, tot waar de schoothoek als uiterste kan komen: 3.31 m.
  5. mast crane: ongeveer 0.10 m
  6. mast rake: 5.5 cm
  7. mast prebend: 12.5 cm
Op basis van deze maten ga ik het nieuwe grootzeil ontwerpen. 
Dan moeten er keuzes gemaakt worden. Hoe wil ik de bolling en waar?
Daarbij is het uitgangspunt dat het nu eenmaal niet een lichte raceboot betreft die gauw op snelheid is, waar je voor een vlak zeil zou kiezen, waarmee je hoog aan de wind kan varen. 
Een NB24 is een zware toerboot, een langkieler bovendien. Daar kan je per definitie niet mee hoog aan de wind varen. Het zeil zal dus meer power moeten leveren en derhalve zal het wat boller moeten zijn. 

Dit is een beginpunt:





                



Het zijn wel erg veel panelen, maar we hebben nog een hele winter voor ons:


Vragen om met de zeilmaker te overleggen:
  • Is 10 cm van de P dimensie aftrekken voldoende?
  • de koorde (plaats en diepte) op de 3 niveaus, de angle of attack
  • de zin van een 2e doorgelatte zeillat, of een 2e lange en verjongde zeillat 
  • versterking ter plaatse van de reven: bij een triradiaalzeil lopen de naden in het onderste deel van het zeil nagenoeg verticaal. Bij een rif wordt bij het spannen van het onderlijk veel kracht uitgeoefend dwars op die naden. Je trekt de naden als het ware uit elkaar. Daar zal een versterking uitkomst moeten bieden in de zin van een horizontaal verlopende tape.
  • telltales achterlijk
  • cunningham zinvol?
  • doek: Contender’s Fibercon® Pro Warp Tech 6.88


zondag 20 september 2020

Buiskap nr 2

 




Deze buiskap past beter. Hij is wat hoger dan de vorige. Het dak is mooi strak , de voorruit nog niet helemaal. Ik kan hem iets aanpassen (2 ritsen verplaatsen) en dan is hij strakker. Doe ik deze winter wel. Het mooie van deze kap is dat je aan de buitenkant geen ritsen in het zijpaneel ziet. Afgekeken tijdens het North Beach weekend.

vrijdag 18 september 2020

Waarom heb ik ook al weer een bootje

Na een geslaagd weekend kom ik thuis. Mariken heeft een vertigo aanval, voelt zich uiterst beroerd. Uitzakken op de bank is er nog even niet bij.




Maandag praktijk. Samen met de huisarts-in-opleiding naar een terminale patient. Hij woont iets buiten het dorp. Een groot gewei hangt aan de schuur. "Heeft ie zelf geschoten", zeg ik. "Jagen is zijn passie". Ik houd van mensen met een passie. Hij kan er eindeloos over vertellen. Ik heb niks met jacht, behalve een zeiljacht, maar ik smul van zijn verhalen. De laatste keer kreeg ik 2 haasjes van een ree van hem cadeau. Hij had net zijn geweren van de hand gedaan, met tranen in zijn ogen vertelt hij het. Op het erf staan busjes van werklui. Ze zijn een elektronisch hek aan het installeren. Hij wil dat zijn vrouw zich veilig voelt als hij er niet meer is. Hij heeft goed geboerd in zijn leven, heeft een eigen bedrijf opgebouwd.  Zijn zoon zet het bedrijf voort. "Wat heb je er aan, als je niet gezond bent", zegt hij nuchter, maar ik voel het verdriet.

Maandag nacht: dienst vanaf 23.00 uur. Ik spreek een collega, die nu klaar is met haar dienst. Ze klampt me aan en vuurt een tirade af over de problemen van de huisartsgeneeskunde in Twente. Huisartsentekort, wat weer leidt tot grote dienstendruk. Ook over de ontwikkeling van corona vaccins begint ze fel met een uitgesproken mening. Ze is zo geagiteerd, dat ik me zorgen begin te maken. Spreekuur tot 01.00 uur. Nuttige consulten, maar ook pleisters plakken en problemen beoordelen die al weken spelen. Ik heb geluk; kan slapen tot 06.00 uur. Dat gebeurt zelden. 

Dinsdag geen praktijk vanwege de nachtdienst. Maar 's middags om 13.30 uur nascholing over administratieve handelingen. Niet mijn favoriete onderwerp, maar wel nuttig. Hoop dat ik niet in slaap val. Om 21.00 is het afgelopen. Mijn hoofd zit vol.

Woensdag om 07.15 op de praktijk. Het marktje om de hoek wordt opgebouwd. Ik koop appels, ben de eerste klant. Op dit tijdstip is er nog niemand op de praktijk. Geen telefoontjes, geen vragen, ik heb 3 kwartier voor mezelf. Administratie. Volle dag. Gevarieerd spreekuur. Dat maakt het vak boeiend. Klein en groot leed, maar vaak ook pure vrolijkheid. Bij het eerste huisbezoek wordt niet opengedaan. Een oude dame, die erg slecht ter been is. Vreemd. In slaap gevallen? Door haar dochter meegenomen? Fantasien spoken door mijn hoofd; overleden? Maar achteraf blijkt ze in slaap te zijn gevallen. Auto door de wasstraat en terug naar de praktijk. Er ligt nog wat administratie. Dat is nooit af. Eten in onze nieuwe teamkamer samen met de assistentes. En dan weer door met het middagspreekuur. Gesprek met een vrouw over het ziekbed en overlijden van haar man enkele maanden geleden. Ik hoor hoe zij het beleefde en merk dat het anders is dan mijn indrukken van die tijd. Zinvol, nuttig, maar niet gemakkelijk. In dit vak blijf je elke dag leren. Tot slot een ingreepje, een ingegroeide teennagel. Om 18.00 uur thuis. 's Avonds is er nog een bijeenkomst voor huisartsen die binnen enkele jaren met pensioen (willen) gaan. Het probleem is dat er niet genoeg huisartsen te vinden zijn die een praktijk willen overnemen. Financieel is het aantrekkelijk om geen praktijk te hebben en her en der waar te nemen en diensten over te kopen. Je bent zo vrij als een vogel en hebt niet de last van administratratie, rompslomp, personeel, vergaderingen. Dus huisartsen die net klaar zijn met hun opleiding blijven vaak vele jaren waarnemer. De huisarts die met pensioen gaat vindt geen opvolger en zijn praktijk wordt dan uit nood verdeeld over andere praktijken. Die groeien en groeien. Die huisartsen worden zwaar belast en moeten veel vaker dienst doen omdat hun praktijk (tegen wil en dank) is gegroeid. Dat kan niet lang goed gaan. Een aantal trekt het niet meer. Een domino-effekt dreigt. 

Ik breng het niet op. Ik ga er niet heen. Ga een uurtje cellospelen.

Donderdag. De collega die ik tijdens de dienst van maandag sprak, spookt door mijn hoofd. Gaat het wel goed met haar? Aan het eind van het spreekuur bel ik haar op. Eerst reageert ze nogal bits, en kaatst de bal terug door te vragen hoe het met mij gaat. Maar als ik uitleg waarom ik bel ontdooit ze. Vertelt dat de frustraties hoog zijn opgelopen. Dat ze al jaren de signalen ziet die de huisartsgeneeskunde bedreigen en niemand doet iets. Ze heeft brieven geschreven naar de LHV, de zorgverzekeraars diverse beleidsorganen, maar ze stuit op lethargie. Niemand wil iets of doet iets. Ik begin haar te begrijpen. Het zit wel snor met haar, het werd alleen even te veel.

Gemor in de huisartsengroep over de zomervakantie van volgend jaar. Er dreigt een splijting. Iedereen met kinderen in de schoolgaande leeftijd wil vakantie opnemen in de schoolvakantie. Logisch. Maar de assistentes met kinderen willen dat ook. En nu zijn er teveel praktijken die dat willen. En dat kan niet want er moeten minimaal 3 praktijken openblijven in de vakantie om continuiteit van de zorg te garanderen. Enkele giftige emails over en weer. Hoe komen we daar nou weer uit. 

Vanavond geen orkest. Ik doe dit programma niet mee. Volgende maand weer. Tijd om het nieuwe buiskapje af te maken. Morgen is het weer ....weekend.